Migratie van Saramaccaners naar de hoofdstad

Dit artikel beschrijft de migratie van Saramaccaners naar Paramaribo. Meer in het bijzonder het leven in een dorp aan de Boven-Suriname en de motieven van dorpsbewoners om naar de stad te verhuizen. Het onderzoek ervoor deed ik in het dorp Masiakiiki en in Paramaribo gedurende de maanden februari, maart en april 2006.

Het dorp

Masiakiiki is een dorp met 870 inwoners. Het ligt aan de Boven-Suriname en wordt aan alle overige kanten omringd door het regenwoud. De enige manier om dit dorp te bereiken is met de boot vanaf Atjoni. Afhankelijk van de waterstand duurt die reis ongeveer drie uur duurt. Het leven in het dorp begint ’s ochtends vroeg. Ik open m’n ogen en kijk over de rand van mijn hangmat door de klamboe heen. Voorovergebogen maakt een vrouw haar erf schoon met een schoffel. Ik loop naar de rivier om me te baden.

De rivier

In hun kleurrijke pangi staan de vrouwen tot aan hun knieën in het water en er wordt veel gelachen en gekletst. Na de was nemen zij zelf een bad. De kinderen die niet naar school gaan, spelen in en om het water. De oudere meisjes helpen bij de huishoudelijke taken, zoals het schoonmaken van vis of kip voor het middageten. Op de kostgrondjes verbouwen vrouwen voedsel. In het bos kappen zij het hout voor de vuren waarop zij hun eten koken. De stukken hout dragen ze in grote bundels op het hoofd naar het dorp.

De stad

Ondanks de gezelligheid is het hard werken in het dorp. Dit is een van de redenen waarom de meisjes de stad asuti – mooi of goed in het Saramaccaans – vinden: er zijn wasmachines, auto’s en fietsen en er komt water uit de kraan. In het dorp moeten ze met dingen sjouwen, planten en kappen en kost het huishoudelijke werk veel energie. Lees het volledige artikel op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.