De lange weg naar een kuuroord

“De mens eet te veel. Hij leeft maar van een kwart van wat hij eet. Van het overige driekwart leven de artsen.” Een Egyptische arts sprak deze woorden eeuwen geleden, maar ze kloppen tegenwoordig meer dan ooit.  Op grond van een dergelijk gevoel heb ik mij opgegeven voor een vastenkuur. Als de overvloedige westerse levensstijl, met al haar stress, haast, overdaad, geraffineerde suikers en verzadigde vetten je te veel wordt dan is een vastenkuur een heerlijke onderbreking van dit alles.

Eentje is niet genoeg (foto: Pixabay)

Maar de sereniteit en rust waar ik naar uitkijk, laten nog even op zich wachten. Eerst dien ik namelijk op de plaats van bestemming te geraken.  Mijn eigen auto is niet geschikt voor lange afstanden vanwege een klein motorprobleem dus maak ik voor de gelegenheid gebruik van de auto van mijn wederhelft. Nadat deze nagekeken, bijgevuld en anderszins gecontroleerd is, kan ik vertrekken. Ik draai de snelweg op, nestel mij in de stoel en zet een ‘on the road’ muziekje op. Ik ben onderweg!

Dan houdt  het gaspedaal ermee op en vieze, zwarte rook walmt onder de motorkap vandaan. Ik kan geen kant op en parkeer de auto op de vluchtstrook. Achter mij stopt nog een auto, gealarmeerd door de muur van rook die zijn uitzicht belemmert. Uit de auto stapt een goede Samaritaan die op weg is naar de kerk maar toch of misschien juist de tijd neemt om onder mijn motorkap te kijken. Daar weer achter stopt een politiewagen. Meneer agent staat binnen no-time naast me en verzoekt me vriendelijk doch dringend om niet te lang op de vluchtstrook te blijven hangen.

De echte reddende engel in nood is mijn wederhelft die mij terug naar huis sleept. Terug bij af. Vanavond nog geen kuuroord maar mijn eigen bed. Heerlijk. Wat bezielt me eigenlijk om me ver van huis zonder eten te willen afzonderen.

Nee, ik ben een doorzetter. De volgende ochtend zal ik een auto huren, hoe moeilijk kan het zijn. De schreeuwerige Bo-Rent website biedt mij de vroegste openingstijden en de laagste prijsgarantie. Daarvoor rijd ik dan wel in een Toyota Aygo met dito reclame in niet te missen rode en gele kleuren.  Maar op dit moment ben ik blij met alles dat vier wielen heeft en rijdt.

De man achter de balie heeft waarschijnlijk nog niet zo lang geleden zijn bed verlaten en bladert langzaam door de agenda. Het lijkt erop dat het rijdende reclamebord beschikbaar is. Een pak van mijn hart. Maar om deze verlossing op wielen te kunnen huren, heb ik naast mijn rijbewijs, dat ik uiteraard bij me heb want zo uitgeslapen was ik wel, ook een paspoort en een adresbevestiging nodig. Oké terug naar huis. Een uur later sta ik opnieuw voor de balie van de Bo-Rent. Een collega van het uitgeslapen exemplaar van die ochtend, kijkt opnieuw in de agenda en kijkt mij dan enigszins verbouwereerd aan. De auto is inderdaad gereserveerd, alleen niet voor mij.

Op naar een minder teleurstellend autoverhuurbedrijf. Bij de volgende balie sta ik trots en verwachtingsvol klaar met mijn rijbewijs, mijn paspoort en mijn adresbevestiging. Enigszins bevreemd kijkt de dame mij aan en pikt mijn rijbewijs ertussen uit. Dat blijkt meer dan voldoende om hier een auto te huren. Even later is het geregeld en komt er een mooi zwart bolhoedje de hoek om scheuren.  De aanhouder wint. Zonder lunchpakket maar met een ‘on the road’ muziekje vertrek ik richting kust om in het kuuroord bij te komen van al deze stress.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.